homePraktisch

Praktisch

De griepprik: voor wie en waarom

Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2008, nummer 5:122-124

Griep en ‘echte’ griep

Griep is een luchtweginfectie die plotseling begint met algemene verschijnselen (zoals koorts, hoofdpijn en/of spierpijn) en klachten van de luchtwegen (hoest, keelpijn, kortademigheid en/of loopneus). Zo’n acute luchtweginfectie kan door verschillende virussen worden veroorzaakt, maar alleen wanneer het influenzavirus de boosdoener is, spreken we van ‘echte’ griep (ook wel influenza genoemd). Wat patiënten griep noemen is dus vaak niet echt griep.

Het griepvirus

‘Echte’ griep wordt veroorzaakt door een influenzavirus. We kennen de typen A, B en C. Alleen de typen A en B veroorzaken de bekende griepepidemieën; besmetting met type C leidt meestal tot een onschuldige bovensteluchtweginfectie. Aan de oppervlakte van het type A griepvirus zitten twee soorten enzymen: hemagglutinine (hiervan bestaan 16 varianten: H1-H16) en neuraminidase (hiervan zijn er 9: N1-N9). Het virus heeft deze enzymen nodig om zich te kunnen verspreiden. Door verschillende combinaties van deze enzymen ontstaan vele verschillende griepvirussen: H1N1, H2N2, H3N2, et cetera. Al deze virussen komen voor bij trek- en watervogels, en sommige ook bij de mens. Het type H5N1 is de vogelgriep, waarvan velen vrezen dat deze ooit van mens op mens zal worden overgedragen. Als dat gebeurt kan het virus zich wereldwijd verspreiden en een wereldepidemie (pandemie) veroorzaken. Onder mensen circuleert de laatste jaren vooral het H3N2-griepvirus.

Kleine veranderingen: jaarlijks een andere griepprik

Het griepvirus verandert voortdurend door kleine variaties in H en N. Dit proces wordt antigene drift genoemd: H3N2 blijft H3N2, maar door deze kleine veranderingen kan het virus opnieuw zijn slag slaan, ook bij mensen die tijdens een eerdere infectie weerstand tegen dit virus hebben opgebouwd. Daarom helpt een griepprik ook niet meer goed tegen de griep van het volgende jaar. Het griepvaccin wordt jaarlijks aangepast en er moet ieder jaar opnieuw met dat aangepaste vaccin gevaccineerd worden. Omdat de jaarlijkse veranderingen van het griepvirus relatief klein zijn, hebben veel mensen vaak nog wel enige weerstand. Het virus zal zich daarom vaak niet zo snel verspreiden onder de bevolking en niet iedereen wordt ziek.

Wat doet de griepprik?

Bij het geven van de griepprik worden stukjes dood virus ingespoten, meestal van een type-A- en een type-B-griepvirus. Het lichaam reageert daarop door afweerstoffen te produceren tegen die virussen. Mocht de griep daarna daadwerkelijk toeslaan, dan is het lichaam er al op voorbereid en kan de afweer direct beginnen. Patiënten worden dan niet of minder ernstig ziek en hebben vooral minder kans op complicaties van de griep, zoals een longontsteking. Het is natuurlijk belangrijk dat de griepprik die virussen bevat die ook de veroorzakers van de griep zullen zijn. Omdat er over de hele wereld, ook in Nederland, peilstations zijn die continu de aard en verspreiding van de verschillende griepvirussen volgen, kan men dat meestal goed voorspellen. Soms kan het echter gebeuren dat de griep door een ander influenzavirus wordt veroorzaakt dan waarmee gevaccineerd werd. We spreken dan van een slechte match, waardoor de griepprik niet of veel minder goed werkt.

Voor wie is de griepprik nuttig?

Voor gezonde personen is griep meestal een kortdurende luchtweginfectie die vanzelf overgaat. Maar voor ouderen en patiënten met een chronische aandoening (zoals diabetes, COPD en hartfalen) of een verminderde afweer (HIV, miltextirpatie) ligt dat anders: zij hebben een verhoogd risico op complicaties van griep. Zo kan een diabetespatiënt ontregeld raken door griep en kan een COPD-patiënt meer benauwd worden. Een griepprik kan nooit voor 100% voorkómen dat iemand griep krijgt. Meestal wordt de kans op influenza verminderd met 70 tot 80%. Omdat het afweersysteem van ouderen iets minder goed werkt, is bij hen de griepprik minder effectief met ongeveer 60% kansvermindering. Maar als een patiënt ondanks de griepprik toch influenza krijgt, dan verloopt de ziekte meestal minder ernstig. Het mag duidelijk zijn dat de griepprik alleen werkt tegen de ‘echte’ griep, en niet tegen luchtweginfecties die weliswaar lijken op griep, maar door andere virussen dan het influenzavirus worden veroorzaakt. De griepprik werkt meestal optimaal na twee tot drie weken en de werking houdt ongeveer vijf maanden aan.

Griepprik voor ouderen: nu vanaf 60 jaar

Werden voorheen alle 65-plussers uitgenodigd voor de griepprik, vanaf dit jaar geldt dat vanaf 60 jaar. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat ook mensen in de leeftijdsgroep van 60 tot 65 jaar veel vaker door complicaties van griep worden getroffen dan mensen jonger dan 60 jaar. Ook in andere landen worden 60-plussers gevaccineerd. Deze verlaging van de leeftijdsgrens zal overigens maar relatief weinig extra vaccinaties tot gevolg hebben: naar schatting 35 à 40 patiënten per normhuisartsenpraktijk.

Griepprik ook voor werkers in de gezondheidszorg

Vanaf dit jaar wordt de griepprik ook aanbevolen voor werkers in de gezondheidszorg met veelvuldige en intensieve contacten met patiënten, zoals huisartsen, praktijkondersteuners en veel doktersassistentes. Niet omdat zij zelf een verhoogd risico hebben op besmetting met het influenzavirus; dat is nooit aangetoond. Wel omdat zorgverleners het griepvirus kunnen overbrengen op patiënten in een zeer slechte conditie voor wie griep ernstige gevolgen kan hebben, ondanks het feit dat deze patiënten zelf gevaccineerd zijn. De griepprik werkt immers bij oudere en chronisch zieke patiënten vaak minder goed. Dit is de belangrijkste reden om gezondheidszorgwerkers tegen griep te vaccineren. Daarnaast vermindert de griepprik het ziekteverzuim. Dat is vooral tijdens een griepepidemie belangrijk, wanneer veel patiënten ziek zijn en de werkdruk voor zorgverleners extra groot is. Ook al is iedereen gemiddeld maar een dag minder ziek, bij elkaar opgeteld maakt dat een groot verschil. Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever om gezondheidswerkers de griepprik aan te bieden en deze te betalen.

Zwangeren en kinderen

Omdat het influenzavaccin een dood vaccin is, kan het zonder bezwaar worden gegeven aan zwangeren wanneer zij een medische indicatie hebben. Dat geldt ook voor kinderen. Bij kinderen jonger dan zes jaar die niet eerder gevaccineerd zijn, herhaalt men de vaccinatie na vier weken zodat het kind voldoende afweerstoffen kan aanmaken. Beide keren wordt dan de volledige dosis gegeven.

Wanneer geen griepprik?

De belangrijkste reden om geen griepprik te geven is een allergie voor kippeneiwit of voor het conserveermiddel in het vaccin. Of iemand een allergie voor kippeneiwit heeft, kan men nagaan door te vragen naar de reactie op een eerdere griepprik of BMR-vaccinatie en naar de reactie op het nuttigen van eten dat kippeneiwit bevat. Als iemand geen reacties krijgt als hij beschuit, pannenkoeken of cake eet, is een allergie voor kippeneiwit zeer onwaarschijnlijk. Als de te vaccineren persoon koorts heeft of een infectieziekte doormaakt, adviseert men vaak om de vaccinatie uit te stellen. De reden daarvoor is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk is het griepvaccin dan minder werkzaam. Hoe lang de vaccinatie moet worden uitgesteld is ook onduidelijk. Meestal houdt men een periode van enkele weken aan.

Bijwerkingen

De belangrijkste en bewezen bijwerking van de griepprik is een pijnlijke, rode zwelling op de plaats van de injectie. Deze bijwerking treedt op bij een op de vijf personen en duurt een à twee dagen. In zeldzame gevallen kan een heftige algemene reactie optreden door een allergie voor kippeneiwit.

Griep door de griepprik?

Vaak melden patiënten dat ze na de griepprik juist ‘griep’ kregen. Dat is een misvatting. Omdat het influenzavaccin een dood vaccin is, kan het geen influenza veroorzaken. Wat patiënten melden als griep is een luchtweginfectie die op griep lijkt, maar niet door het influenzavirus in het vaccin wordt veroorzaakt. Het mag duidelijk zijn dat de griepprik alleen maar de ‘echte’ griep helpt voorkomen, en niet allerlei andere verkoudheden en griepjes.

Prikweigeraars

Er blijft altijd een groep patiënten die, ondanks indicatie, geen griepprik haalt. Verlies ze niet uit het oog! Vaccinatie biedt nog altijd de beste bescherming tegen griep. In overleg met de huisarts kunnen de assistente en de praktijkondersteuner extra aandacht besteden aan het motiveren van deze patiënten. Voor iedereen die in aanmerking komt voor de jaarlijkse griepprik geldt immers: voorkomen is beter dan genezen!

  1. 1. Van Essen GA, Bueving HJ, Voordouw ACG, Berg HF, Van der Laan JR, Van Lidt de Jeude CP, Boomsma LJ, Opstelten W. NHG-Standaard Influenza en influenzavaccinatie. www.nhg.org.
  2. 2. Boomsma LJ, Vrieze HA, Drenthen AJM, De Kruif-Jenster MJE, Dayan M. NHG/LVG-Handleiding Influenzavaccinatie 2008. Utrecht: NHG/LVG-Preventieteam.

Dit artikel:

Interactief

  • Reageer
  • Lees reacties
  • Stuur door
  • Bewaar
  • Print
  • Mail mij de reacties
  • Voeg artikel toe aan: